|
Een ontploffing die een verdronken polder werd.
Lang
voor Van Speyk bewees dat het vervoer van gevaarlijke
stoffen een riskante onderneming is, wisten ze dat in
Zeeland al. Tot in Middelburg hoorden ze op een dag, eind
mei 1572, de enorme klap. In het zicht van de haven van
Veere explodeerde een Zeeuws oorlogsschip.
Dit
is het verhaal van het ontstaan van de Bastiaan de Langepolder.
En van de ondergang van
dit ingepolderde schor in het huidige Veerse Meer.
Nooit
werd de Zeeuwse bevelhebber Bastiaan de Lange zo beroemd
als zijn navolger Van Speyk die in 1830 verkoos om met
vriend en vijand het luchtruim te kiezen. Naar kapitein
Bastiaan de Lange werd een polder vernoemd, een eiland.
En zelfs dat verdronk, net als het verhaal, in de Zeeuwse
geschiedenis.
We
gaan naar het jaar 1572.
Het is bijna twee maanden na de inname van Den Briel.
Vlissingen en Veere hebben zich aangesloten bij De Opstand
en hebben de kant van Willem van Oranje gekozen. De Zeeuwse
hoofdstad Middelburg verkiest onder Spaans bewind te blijven.
Een leger van Willem van Oranje belegert Middelburg. Dat
beleg zal tot 1574 duren.
Op
22 mei 1572 verlaat Bastiaan de Lange met zijn oorlogsschip
de haven van Veere. Zijn opdracht is om in de buurt van
De Piet, nu een recreatiegebied aan het Veerse Meer, te
kruisen. Hij moet beletten dat de vijand voedsel of soldaten
naar Middelburg brengt. Kort nadat hij Veere heeft verlaten,
raakt De Lange slaags met een vloot van vier Spaanse schepen.
Het schip van de Lange raakt aan de grond en wordt door
de Spanjaarden onder vlootvoogd De Gama omsingeld. Spaanse
soldaten klimmen aan boord. De overmacht is groot. Bastiaan
de Lange weet wat overgave betekent: jarenlange gevangenschap
of de dood. Hij aarzelt niet en houdt de lont bij het
kruitvat.
In
de buurt waar dit vergeten zeegevecht plaatsvond, vormde
zich later een zandplaat: de Oranjeplaat. Op de plaat
groeide een schor. Daar woonden meeuwen en zeehonden.
Kort na 1800 had dat schor een oppervlakte van 57 hectare.
Voor f 116, 87 per jaar huurde de Middelburgse aannemer
Dirk Dronkers deze zandplaat. In 1846 kocht hij de plaat
voor 4500 gulden.
Op
11 maart 1847 kreeg hij vergunning om de Oranjeplaat te
bedijken. Dat karwei was in december van dat jaar al geklaard.
De nieuwe polder had een oppervlakte van 67 hectare. De
bedijking kostte 52.000 gulden, dus ongeveer 775 gulden
per hectare. De polder kreeg de naam Bastiaan de Langepolder.
Onder
aan de zeedijk, in het westen van de polder bouwde Dronkers
zes arbeiders woningen en een landbouwschuur. Op de zeedijk,
bij een klein haventje, werden nog eens vijf huisjes gebouwd.
Een roeiboot zorgde voor de verbinding met de vaste wal
van Zuid-Beveland. Een primitieve, weinig bedrijfszekere
verbinding, maar de kolonisten van de het Bastiaan de
Lange-'eiland' wisten niet beter.
De
polder leverde goede oogsten op. Toch verkocht Dronkers
zijn eiland in 1856 aan J. B. Thomaes uit Biervliet. Thomaes
liet uit Biervliet een steenbakkerij overbrengen. Die
moest stenen leveren voor gebouwen in de nieuwe polder.
Thomaes bedijkte ook het opgewassen schor ten oosten van
de Bastiaan de Langepolder. Dat werd de Calandpolder.
Thomaes verkocht zijn bezit kort daarop aan de Belgische
familie Dorzee.
Na
de aanleg van Sloedam in 1871 begonnen de stromingen in
het Veerse Gat drastisch te veranderen. De vloed kwam
nu alleen nog uit het westen en schuurde steeds heviger
tegen de polderdijk. Oeverafschuivingen en verlies van
voorland maakten het gevaar van overstroming steds groter.
Om het tij te keren liet het polderbestuur in 1882 een
inlaagdijk aanleggen.
Op
20 mei 1884 gebeurde wat verwacht werd. De zeedijk brak,
de inlaagdijk werd de nieuwe waterkering. De familie Dorzee
zag de bui hangen en verkocht de nu geldvretende polder
aan de Waalse staalindustrieel Gustave Boel te Brussel
voor een bedrag van 36.000 gulden. Dijkvallen teisterden
de Bastiaan de Langepolder. Een nieuwe inlaagdijk hielp
niet.
Op
19 juni 1897 kreeg de polder de genadeslag. De dijk spoelde
over een lengte van 300 meter weg. Voor de tweede keer
verdween de naam Bastiaan de Lange in de golven van het
Veerse Gat. De Calandpolder spoelde in 1901 weg. De laatste
bewoners verhuisden naar Arnemuiden.
Eigenaar Boel liet de boel rustig wegspoelen. Hij was
druk in Terneuzen. Daar kocht hij een nieuwe staalfabriek
die nooit had geproduceerd, ontmantelde het bedrijf en
liet het naar Wallonie overbrengen. De Bastiaan de Langepolder
was voor hem niet meer dan een afgeschreven investering.
De
naam Bastiaan de Lange raakte in de vergetelheid. Alleen
in Veere werd nog een straat naar hem genoemd. En de dichter
Onno Zwier van Haren wijdde een in gezwollen taal geschreven
gedicht aan de Zeeuwse zeeheld.
"Het
krijgslot weigert hem alle gunst,
En Gama klemt in korte
tijden
Zijn
schepen vast aan alle zijden
Van
d' ongetemden fieren leeuw
Hem
blijft slechts over aan te tonen
Dat
onder hen die de zee bewonen
Geen
braver leven dan deze Zeeuw." r
|