ORISANT home




Orisant

Het boek

Het begin

Links


Abonneer je
op de gratis
nieuwsbrief

Boeken van zelfde schrijver




 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Iran aan de Oosterschelde

Kort na 1600. Nederland ontdoet zich van de Spanjaarden. In de zuidwestelijke woestenij van slikken en eilanden scheppen zich de Zeeuwen een eigen gezag. De Zeeuwen? Vluchtelingen! Ze zijn van Maastricht gekomen, van Nijmegen, Oosterhout, Zevenbergen en uit Vlaanderen.
Asielzoekers.
Ze beklimmen de dijk van een nieuw ingepol-derd, nog leeg eiland: Noord-Beveland, hopen op vrijheid maar stuiten op een nieuwe dwangbuis, de Gereformeerde Kerk. Het is een onbekende episode uit onze vaderlandse geschiedenis: het leed van de waardin Suzanneken, de ondergang van de steile dominee Jansonius, het droeve leven van Welle Jansz.

"Een wild volk, in toom gehouden door wrede rechtspraak, bedreigd door religieus funda-mentalisme. "Noord-Beveland was een beetje Iran" aldus dr Jan Welten uit Colijnsplaat. Hij schreef het boek 'Hervormers aan de Ooster- schelde' een verhaal over een religieus vacu¸m op een Zeeuws eiland.

Hoort het woord, gij Israelieten
De eerste dominee komt er ten val door een vrouw.
Is ook de tweede gevallen voor de verlokking des vlezes? De kerkeraadsnotulen wemelen van overspel, hoererij, bloedschande en voorhuwelijks gedoe in het kippenhok.
De eerst dominee preekt op een zondag over de overspelige vrouw van de beurtschipper. "Hoort het Woord, gij Israelieten, de Heere heeft een geding met de bewoners van dit land, omdat er geen liefde, geen kennis Gods. Liegen moorden en echtbreken. Het land kwijnt, het volk komt ten val."
Welkom in Colijnsplaat, Zeeland, anno 1624.
Ademloos luistert het volk.
Dan springt er een vrouw op uit de kerk-banken, ongeremd. Buiten zinnen, slingert ze de dominee verwijten in het gezicht. Dat dominee met haar 'geboeleerd' heeft zoals de priester uit het boek Hosea. Het wordt een tirade over malversaties met armengeld, overspel, twee moorden op het eiland.
Schielijk beeindigt de voorganger zijn preek. In augustus 1624 schrijft dominee Eduard Adriaensz Booms voor het laatst in de kerkeraadsacten van Colijnsplaat.
Hij wordt ziek, kan onderzoekers van de Walcherse kerkvergadering niet meer ontvangen en sterft op 18 januari 1625.
Amen en uit.

De aandelen van Oldenbarnevelt
Op 5 november 1530, Sint Felix Quade Saterdach, is Noord-Beveland verdronken. Achtenzestig jaar lang ligt het eiland voor eb en vloed. Dan ruiken "institutionele beleg-gers' geld. Maria van Nassau, dochter van Willem van Oranje, verpandt het recht van bedijking aan Hollandse kooplieden. In de noordelijke gewesten stapt de internationale stapeleconomie uit de kinderschoenen. Het zijn de patriciŚrs, die de ontginning finan-cieren. Een van hen is de raadspensionaris Oldebarnevelt. Ook hij heeft aandelen in Noord-Beveland. De geschiedenis van het calvinisme in Colijnsplaat begint een jaar na de bedijking, in 1599, als er een Gerefor-meerde Gemeente wordt gesticht.

De eerste predikant van Colijnsplaat wordt, in datzelfde jaar, Eduard Adriaansz. Booms. Hij is de man die de kerk een bruggenhoofd bezorgt. Moeizaam probeert hij zijn kudde 25 jaar in het spoor te houden, een kudde belaagd door pest, honger en armoe.

Hypotheek op godzaligheid
Geschiedschrijver Jan Welten voelt zich soms omringd door hun stemmen. Hij zou ze willen laten spreken: "Ik zou die mensen willen ruiken'. Ze blijven voor hem figuren uit een ver verleden. Welten is een goudzoeker en delft: "naar de geschiedenis van de kleine Jannen', zoals hij het uitdrukt. Welten weigert genoegen te nemen met een geschiedschrijving op basis van wat anderen eerder beschreven. Welten: "Zo dicht
mogelijk bij de bron, dat doet historie leven'.

De Acta van de kerkeraad van Colijnsplaat zijn z'n eerste goudmijn geweest. "Bure Toos van de overkant' kwam er indertijd mee aan in een plastic tas: "Of dokter er iets mee kon doen?' Nou en of. Voor hem ontrolde zich een nieuwe wereld uit het verleden. Hij schreef een eerste boek: "Pioniers aan de Ooster-schelde" over het dorpje Catz en over dat kleine eiland waar 4000 mensen en 3000 paarden werden ingezet om een dijk van 20 kilometer aan te leggen. Welten is de eerste om toe te geven dat de acta in zoverre eenzijdig zijn, dat ze zich beperken tot de lidmaten van de kerk. De stukken hebben hem ook de stof geleverd voor "Hervormers aan de Oosterschelde'.

Opnieuw zijn het de kleine Jannen die een hoofdrol spelen. De pioniers aan de Ooster-schelde weigeren halstarrig hun vrijheid in te ruilen voor een hypotheek van godzaligheid.
Welten zoomt in als heeft hij een camera. We komen met de beurtschipper van Goes over de Oosterschelde, leggen aan bij een houten plankier, klimmen op de dijk. Daar ontrolt zich het panorama: op de voorgrond een nederzetting van stenen huizen, keeten, hutten van stro en met klei aangesmeerde wanden en varkenskotten. Met straten zo drassig dat de molensteen er vanaf de haven naar de molen langer overdoet dan van Dordrecht naar Noord-Beveland.
Dat is Colijnsplaat. Daarachter de nieuwe, nog lege polder, de eerste akkers. Wat zijn het voor mensen die in het dorp aan de jonge nederzetting onder aan de dijk wonen? Welten: "Vluchtelingen, vrijbuiters of gewoon mensen die daar toevallig aanlanden en nooit meer wegkomen'.
Hoe ziet het dorp eruit: een mix van Jeroen Bosch en Jan Steen? "Zoiets moet het geweest zijn', knikt Welten.

Even klimt hij, in gedachten op de dijk: "Wat het voor mensen waren? Dat is de moeilijk-ste vraag. Daarom zou ik ze willen ruiken. Van overal kwamen ze: Wederdopers, paapsgezinden, humanisten, ongelovigen en een handvol Gereformeerden. Neem nou Suzanneken. Die is na de Spaanse Furie uit Breda gekomen. Wat heeft ze daar gezien? Moet je je voorstellen: een stad waar nog vierhonderd mensen in leven waren, stank, gekerm van doden. Ze vlucht met wat ze kan dragen. Ze moet lopen, dwars door de velden, waar het vol zit met geboefte en met Spaanse soldaten.
Vluchtende, wanhopige mensen in oorlogs-gebied. Het zijn beelden die we nu kennen uit Afrika.

De heete sieckte
Dan komt het jaar 1625. Opnieuw slaat de pest toe. Elke dag graaft Welle de dood-graver kuilen. Tot hij en zijn vrouw Neelken bezoek krijgen van de pestbacil. Neelken is van sterke constitutie,. Ze komt regelmatig voor op de rekeningen van de armmeesters vanwege ondergane kuren. Welle bezwijkt snel aan 'de heete sieckte'. Welten: "Hij sterft, bloed spugend met gezwollen, etterende pestbuilen in liezen en oksels, dan langzaam comateus wegzakkend in de eeuwige slaap."

Om de bandeloosheid te beteugelen kent de nieuwe leer een machtig wapen, machtiger dan wat de katholieke kerk ooit had. Het Calvinisme bezit een uit het volk gekozen kerkelijke rechtbank: de kerkenraad. Die is bevoegd om in alle openheid de handel en wandel van de lidmaten te bespreken, zondaars een schuldbekentenis af te dwingen en te bestraffen. Het is dominiee Jansonius, een steile predikant, die Booms opvolgt. Dankzij de Acta kan Welten hem uittekenen met de precisie van een portretschilder. Deze kerkeraadsnotulen verhinderen Welten om de werkelijkheid elastisch te maken, ook al moet hij zich af en toe inhouden: "Soms zou ik mijn fantasie er wel eens op los willen laten'.
Jansonius heeft zich niet populair gemaakt. De weduwe van zijn voorganger Booms is door hem mensonterend beledigd, schoolmeester Boudewijn de Bonte heeft hij gedwongen naar Middelburg te vluchten en tenslotte heeft hij Suzanneken de herbergier de oorlog verklaard.

Suzanneken de duivelsdochter
Dat wordt zijn val. Wat zal dit door pest en waterrampen geharde volk zich gelegen laten liggen aan de calvinistischegestrengheid?
Op zondag eerste Paasdag 1628 beklimt Jansonius de kansel. Hij heeft zich gruwelijk geŚrgerd aan het wereldse gedoe in 'Suzan-nekens' herberg Den Ouden Hoorn. Het dondert de gemeente in de oren als hij uitvaart over zekere jongelingen, die 'op eerste paasdag het Avondmaal des Heeren gebruikt hebben' en op tweede Paasdag de herberg bezochten en daar met de speelman hebben gedanst'.
Voor Suzanneken is het een raadsel waarom de dominee haar als duivelsdochter afschil-dert. Zoals de meeste van de gemiddelde eiland-bewoners heeft ze nauwelijks een idee van de Gereformeerde levenswijze.
Suzanneken scheldt terug: dat dominee maar op zichzelf moet letten, dat hij op tweede Paasdag bij de jaarlijkse verkiezing van een nieuw schepencollege zelf in dronkenschap gezondigd had.
Net als zijn voorganger Booms struikelt dominee Jansonius over een vrouw. Hij vertrekt naar Walcheren.

Zeeuws fundamentalisme
In hoeverre is een vergelijking met funda-mentalisme en Iran van toepassing? Welten: "Er was een religieuze politie, de kerkenraad die de plicht had op de lidmaten van de kerk te letten. Wie verkeerd deed, werd gestraft. Zijn gedrag werd in het openbaar besproken, vanaf de kansel. Daarbij miste de aangeklaagde een van de fundamentele juridische rechten. Wie hem aanklaagde kreeg hij niet horen. Dat had de Zeeuwse provinciale kerkvergadering zo beslist.
Vandaar dat je in de verslagen van de kerkenraad van Colijnsplaatzo vaak de vraag tegen komt: "Wie heeft me aangebracht'.
Welten: "Je ziet ze in opstand komen tegen de kerk. Mensen die net de ene religie zijn ontvlucht voelen nu een nieuwe druk'.
In zijn nagelaten schriftelijke verhandelingen klaagt Jansonius opvallend over gering kerkbezoek. Hij wil in de consistoriekamer een lijst te hangen van alle lidmaten. Trouwe kerkgangers kunnen met die lijst controleren wie er niet komt. De dominee vraagt hen om de 'lammen en nalatigen' op hun lauwe kerkgang te wijzen.
Een herboren Spaanse Inquisitie? Geen wonder dat het vrijheidslievende Noord-Bevelandse kerkvolk niets wil weten van die rigoreuze nieuwigheid.

Eilanden zegen voor het calvinisme
Het is om die reden dat Welten zijn "kleine Jannen' bewondert: "Ze verzetten zich. Ze leefden in harde samenleving. Alleen hun dood was zeker. Liefde kenden ze nauwe-lijks. Er was geen paraplu van sociale zorg. De enkeling moest alles zelf beslissen. Dat vergde
een enorme fysieke en psychische moed'.
Maar het agressief beschavingsoffensief op het jonge eiland gaat door. Met de Bijbel als schild en zwaard proberen de voorgangers hun gezag op te leggen.
Onverbiddelijk, wie niet luistert gaat naar de hel. Ze stuiten op een weerbarstig volk en en struikelen zoals Jansonius over hun eigen voortvarendheid.
De kerk gebruikt drie roeden om het volk tot gedwee; angst, een machtsmiddel zo oud als de godsdienst zelf. Armoe, wie niet luistert zal niet eten, de diaken gaat zijn deur voorbij. En sociale controle, het aankweken van schaamtegevoel en een bezwaard gemoed.

Het isolement van de eilanden wordt een zegen voor de religie. De Zeeuwse kerk trekt zich terug achter hun waterwallen. Men vertikte het om synodes in Gelderland en Holland te bezoeken. In Middelburg vinden kerk en staat elkaar in de wens om de oorlog met Spanje te laten voortduren. De koop-lieden hebben er belang
bij vanwege hun aandeel in de kaapvaart. De Zeeuwse staten, beheerst door Vlaamse vluchtelingen, hopen erop dat Parma uit Vlaanderen wordt verdreven.
Een huwelijk van kerk en staat, ook zo'n kenmerk van "Iraans' fundamentalisme. Welten: "Daarom is er in Zeeland nooit gevochten tussen Armenianen en Remonstranten. Kerk en staat waren er al
»»n. Heel die discussie is Zeeland voorbij gegaan'.

Rechtzinnigheid tussen de bieten
Na 1625 verandert het eiland. De wilde jaren van Noord-Beveland zijn voorbij. Het individualistisch denken, zo karakteristiek voor het pionierskrakter, verdwijnt. Het wordt, langzaam maar gestaag, overwoekerd door het benauwend, puriteins calvinisme.
Voor eeuwen zal die het eilandenvolk tekenen.
Er ontstaat een stand van boeren en afhankelijke landarbeiders, een maatschappij die meer dan 300 jaar nauwelijks zal veranderen. Opstandige figuren van het eiland gevlucht. De wereldse, ondeugende Suzanneken heeft zich verzet, maar de dominee wint en allengs bloeit de rechtzinnigheid tussen de suikerbieten.


"Hervormers aan de Oosterschelde' door dr J.B.V.Welten.
Uitgeverij Van Soeren & Co, 1991.

'Iran aan de Oosterschelde' is een bewerkte versie van een verhaal dat eerder in dagblad De Stem verscheen.

 



 

De schemering
van de Schelde


Vissen naar
geschiedenis


De tijdmachine
van Kats


Iran aan de
Oosterschelde


Een wriemelend
zootje




All Rights Reserved Paul de Schipper 2000