ORISANT home




Orisant

Het boek

Het begin

Links


Abonneer je
op de gratis
nieuwsbrief

Boeken van zelfde schrijver




 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

er hec
De kaart van Orisant

De enige originele kaart

Kijk hier! Dit is het teruggevonden originele werkstuk van Levien Ruijte, de kaartenmaker uit het boek Orisant, getekend in het jaar 1582 in Zierikzee.
Dit is de enige originele kaart van het verdronken eiland Orisant. Verdronken lag hij, als het eiland. Misschien wel honderd jaar of langer niet bekeken.


Druk op de knop voor een prachtig detail van de kaart.

"In mijn bezit bevindt zich een kaart van het eiland Orisant", schreef de historicus en jurist mr. A. J. F. Fokker in 1909. Fokker, ook burgemeester van Zierikzee, schreef die regels ergens in een boek over de geschiedenis van Schouwen-Duiveland. Toeval dat je oog net op die regel valt. Geen toeval dus, net nadat je een boek over dat eiland hebt geschreven. Met het verhaal van die Zierikzeese kaartenmaker Levien Ruijte. Stond hij daar niet aan zijn lessenaar, in de winter van 1582. Bij kaarslicht tekenend aan een kaart van een eiland dat hij alleen uit de verte kende.

Maar dan de vraag: waar zouden de archieven van Fokker gebleven zijn?

Niet zover weg gelukkig: in het stadsarchief van Zierikzee. "Een kaart van Orisant?" zeiden ze daar, "daar heeft nog nooit iemand naar gevraagd." Na een paar dagen een verlossend telefoontje: "We hebben 'm. U kunt komen."

Een uur later sta je daar, met het werk van meester Ruijte in je handen. Tastbaar Orisant, de historische sensatie van een stuk papier van 419 jaar oud.
Kijk maar, naar de handtekening.

Een prachtige kleurenkaart van het eiland van de zeven heuvels; de zeven stellen van de herders van Orisant, de volhouders die daar toen al honderden jaren van geslacht op geslacht woonden. Meester Ruijte tekende pronte huizen op die herdersheuvels. Dat moet vrije expressie geweest zijn. Historische bronnen maken geen melding van stenen bouwsels voor de inpoldering in 1602. De herders leefden in hutten en stallen. Samen met hun familie en hun schapen.


 

stiaan de Langepolder. Ondern de zeedijk, in het westen van de polder bouwde Dronkers zes arbeiders woningen en een landbouwschuur. Op de zeedijk, bij en klein haventje, werden nog eens vijf huisjes gebouwd. Een roeiboot zorgde voor de verbinding met de vaste wal van Zuid-Beveland. Een primitieve, weinig bedrijfszekere verbinding, maar de kolonisten van de het Bastiaan de Lange-'eiland' wisten niet beter. De polder leverde goede oogsten op. Toch verkocht Dronkers zijn eiland in 1856 aan J.B. Thomaes uit Biervliet. Uit Biervliet liet Thomaes een steenbakkerij overbrengen. Die moeste stenen leveren voor gebouwen in de nieuwe polder. Thomaes bedijkte ook het opgewassen schor ten oosten van de Bastiaan de Langepolder. Dat werd de Calandpolder. Thomaes verkocht zijn bezit kort daarop aan de Belgische familie Dorzee. Na de aanleg van Sloedam in 1871 begonnen de stromingen in het Veerse Gat drastisch te veranderen. De vloed kwam nu alleen nog uit het westen en schuurde steeds heviger tegen de polderdijk. Oeverafschuivingen en verlies van voorland maakten het gevaar van overstroming acuut. Om het tij te keren liet het polderbestuur in 1882 een inlaagdijk aanleggen. Op 20 mei 1884 gebeurde wat verwacht werd. De zeedijk brak, de inlaagdijk werd de nieuwe waterkering. De familie Dorzee zag de bui hangen en verkocht de nu geldvretende polder aan ene Gustave Boel te Brussel voor een bedrag van 36.000 gulden. Dijkvallen teisterden de Bastiaan de Langepolder. Een nieuwe inlaagdijk hielp niet. Op 19 juni 1897 kreeg de polder de genadeslag. De dijk spoelde over een lengte van 300 meter weg. Voor de tweede keer verdween de naam Bastiaan de Lange in de golven van het Veerse Gat. De Calandpolder spoelde een paar jaar later, in 1901, weg. De laatste bewoners verhuisden naar Arnemuiden. De naam Bastiaan de Lange raakte in de vergetelheid. Alleen in Veere werd nog een straat naar hem genoemd. En de dichter Onno Zwier van Haren wijdde een in gezwollen taal geschreven gedicht aan de Zeeuwse zeeheld. "Het krijgslot weigert hem alle gunst, En Gama klemt in korte tijden Zijn schepen vast aan alle zijden Van d' ongetemden fieren leeuw Hem blijft slechts over aan te tonen Dat onder hen die de zee bewonen Geen braver leven dan deze Zeeuw." ontploffing die een verdronken polder werd. Lang voor Van Speyk bewees dat het vervoer van gevaarlijke stoffen een riskante onderneming is, wisten ze dat in Zeeland al. Tot in Middelburg hoorden ze op een dag, eind mei 1572, de enorme klap. In het zicht van de haven van Veere explodeerde een Zeeuws oorlogsschip. Nooit werd de bevelhebber zo beroemd als zijn navolger die in 1830 verkoos om met vriend en vijand het luchtruim te kiezen. Naar kapitein Bastiaan de Lange werd een polder vernoemd, een eiland. En zelfs dat verdronk, net als het verhaal, in de Zeeuwse geschiedenis. We gaan naar het jaar 1572 Het is bijna twee maanden na de inname van Den Briel. Vlissingen en Veere hebben zich aangesloten bij De Opstand en hebben de kant van Willem van Oranje gekozen. De Zeeuwse hoofdstad Middelburg verkiest onder Spaans bewind te blijven. Een leger van Willem van Oranje belegert Middelburg. Dat beleg zal tot 1574 duren. Op 22 mei 1572 verlaat Bastiaan de Lange met zijn oorlogsschip de haven van Veere. Zijn opdracht is om in de buurt van De Piet, nu een recreatiegebied aan het Veerse Meer, te kruisen. Hij moet beletten dat de vijand voedsel of soldaten naar Middelburg brengt. Kort nadat hij Veere heeft verlaten, raakt De Lange slaags met een vloot van vier Spaanse schepen. Het schip van de Lange raakt aan de grond, wordt door de Spanjaarden onder vlootvoogd De Gama omsingeld. Spaanse soldaten klimmen aan boord. De overmacht is groot. Bastiaan de Lange weet wat overgave betekent: jarenlange gevangenschap of de dood. Hij aarzelt niet en houdt de lont bij het kruitvat. In de buurt waar dit vergeten zeegevecht plaatsvond, vormde zich later een zandplaat: de Oranjeplaat. Op de plaat groeide een schor. Daar woonden meeuwen en zeehonden. Kort na 1800 telde dat schor een oppervlakte van 57 hectare. Voor f 116, 87 per jaar huurde de Middelburgse aannemer Dirk Dronkers deze zandplaat. In 1846 kocht hij de plaat voor 4500 gulden. Op 11 maart 1847 kreeg hij vergunning om de Oranjeplaat te bedijken. Dat karwei was in december van dat jaar al geklaard. De nieuwe polder had een oppervlakte van 67 hectare. De bedijking kostte 52.000 gulden, dus ongeveer 775 gulden per hectare. De nieuwe bedijking kreeg de naam Bastiaan de Langepolder. Onder aan de zeedijk, in het westen van de polder bouwde Dronkers zes arbeiders woningen en een landbouwschuur. Op de zeedijk, bij en klein haventje, werden nog eens vijf huisjes gebouwd. Een roeiboot zorgde voor de verbinding met de vaste wal van Zuid-Beveland. Een primitieve, weinig bedrijfszekere verbinding, maar de kolonisten van de het Bastiaan de Lange-'eiland' wisten niet beter. De polder leverde goede oogsten op. Toch verkocht Dronkers zijn eiland in 1856 aan J.B. Thomaes uit Biervliet. Uit Biervliet liet Thomaes een steenbakkerij overbrengen. Die moeste stenen leveren voor gebouwen in de nieuwe polder. Thomaes bedijkte ook het opgewassen schor ten oosten van de Bastiaan de Langepolder. Dat werd de Calandpolder. Thomaes verkocht zijn bezit kort daarop aan de Belgische familie Dorzee. Na de aanleg van Sloedam in 1871 begonnen de stromingen in het Veerse Gat drastisch te veranderen. De vloed kwam nu alleen nog uit het westen en schuurde steeds heviger tegen de polderdijk. Oeverafschuivingen en verlies van voorland maaktg acuut. Om het tij te keren liet het polderbestuur in 1882 een inlaagdijk aanleggen. Op 20 mei 1884 gebeurde wat verwacht werd. De zeedijk brak, de inlaagdijk werd de nieuwe waterkering. De familie Dorzee zag de bui hangen en verkocht de nu geldvretende polder aan ene Gustave Boel te Brussel voor een bedrag van 36.000 gulden. Dijkvallen teisterden de Bastiaan de Langepolder. Een nieuwe inlaagdijk hielp niet. Op 19 juni 1897 kreeg de polder de genadeslag. De dijk spoelde over een lengte van 300 meter weg. Voor de tweede keer verdween de naam Bastiaan de Lange in de golven van het Veerse Gat. De Calandpolder spoelde een paar jaar later, in 1901, weg. De laatste bewoners verhuisden naar Arnemuiden. De naam Bastiaan de Lange raakte in de vergetelheid. Alleen in Veere werd nog een straat naar hem genoemd. En de dichter Onno Zwier van Haren wijdde een in gezwollen taal geschreven gedicht aan de Zeeuwse zeeheld. "Het krijgslot weigert hem alle gunst, En Gama klemt in korte tijden Zijn schepen vast aan alle zijden Van d' ongetemden fieren leeuw Hem blijft slechts over aan te tonen Dat onder hen die de zee bewonen Geen braver leven dan deze Zeeuw."

 

 


De schemering
van de Schelde


Vissen naar
geschiedenis


De tijdmachine
van Kats


Iran aan de
Oosterschelde


Een wriemelend
zootje




All Rights Reserved Paul de Schipper 2000