|
In het begin...
bestond Nederland niet.
zee, getij, rivieren, slibbanken, zandheuvels
vocht, muggen.
Zwemmend land, Genesisland
De tijd spoelde mensen naar deze archipel
kleine Jannen en slikvolk
Op eilanden leefden ze.
Op Orisant.
Schepping met de schop.
Een verhaal.
Altijd
leefden in onze Lage Landen mensen die zich moesten verweren
tegen de zee. Orisant gaat over de eeuwig durende worsteling
met het water. Het vertelt over de belevenissen
van mensen die de delta van Zuidwest-Nederland binnen
trokken. Generatie na generatie probeerde er een bestaan
op te bouwen.
Een
kleine groep vestigde zich op een eiland in de ononderbroken
woelende monding van de Oosterschelde.
Daar
begint ons verhaal.
Op een zandbank in de Oosterschelde groeide slijkgras. Dat
gras hield slib vast. Het land werd hoger. Toen kwamen de
mensen en legden een dijk.
Het
eiland Orisant is in 1602 ingepolderd in opdracht van de
twee oudste kinderen van Willem van Oranje. Dat waren de
door de Spanjaarden gegijzelde Filips-Willem en zijn zuster,
tevens zaakwaarnemer,
Maria van Nassau. Dat gebeurde met de vlammen van
de Tachtigjarige Oorlog op de achtergrond. De Spanjaarden
dreven de opstandige calvinisten in de Lage Landen bijeen.
Laag! Niet meer dan een modderig hoekje van Noordwest-Europa,
waar de grote rivieren van het continent hun water naar
de zee brengen. Daar, in een ongezonde, natte wereld van
schorren en veenmoerassen bouwden deze mensen aan een veerkrachtige
samenleving.
Orisant
is een kroniek van geringe, maar volhardende mensen.
Het
eiland Orisant bestaat niet meer. Alleen in oude archieven
vind je nog fragmenten tekst over de gebeurtenissen
aldaar en het lot van het eiland. Losse namen, aantekeningen,
rekeningen. Mensen van Orisant, opgedoken uit de nooit bezochte
diepten van onze geschiedenis.
Orisant
biedt een historische spiegel. Immers, lang beheerste de
drang naar de heerschappij over het water ons denken en
ons bestaan. Nog altijd werken we aan de voltooiing van
Nederland. De mensen die op Orisant leefden en ploeterden,
waren onze voorouders.
Dat waren wij.
De
mensen op Orisant hebben echt geleefd. Aan hen is de website
opgedragen.
Een archipel van
zand en slik
Het westen van Nederland
is ontstaan uit een moerassige delta waar, nog altijd, rivieren
de zee ontmoeten. Tot ongeveer het jaar 1200 had het water
vrij spel. Toen kwam de mens. Vooral de katholieke kerk
investeerde in de bouw van dijken en het aanwinnen van nieuw
land. Direct daarna kwamen omhoog gevallen boeren die zich
heren noemden. Ze bouwden houten palissades op hoogten en
noemden dat kastelen. Rond de eerste kapel en rond het kasteel
ontstonden gemeenschappen.
De mensen organiseerden het verweer tegen de zee, per polder,
dus volgens het principe van 'elk zijn dijk', en wat de
buurman doet moet-ie zelf maar weten. Dat veroorzaakte nogal
wat waterstaatkundige ongelukken: vooral overstromingen.
De gewone man betaalde de tol. De eigenaren zaten ver weg,
in het klooster, of hoog en droog, in hun burcht. Wind en
water schiepen in zuidwest-Nederland een altijd bewegende
archipel van eilanden en schiereilanden. Hoeveel keer er
ook mensen verdronken, er kwamen altijd weer nieuwe pioniers
terug. En altijd hadden ze en schop bij zich. Ze roeiden
naar zandplaten en naar hoge banken waar groene schorren
het leven boven de vloed deden groeien. Vaak kwamen eerst
de herders. Met hun beweiding maakten ze de schorren rijp
voor bedijking.
Zo werden de zandplaten polders. Sommige van die polders
bestonden maar een paar jaar, andere overleefden »»n pioniersgeneratie
en verdwenen daarna voor altijd. Zo verging het ook dat
ene kleine, vergeten eiland Orisant. De Nassaus gaven de
inpolderingen in West-Brabant en Zeeland in de vijftiende
en de zestiende eeuw een grote stimulans. Ook Willem van
Oranje die in 1568 zijn vorken en lepels nog moest verkopen
om een legertje vrijbuiters te huren om Alva te bestrijden.
Door toedoen van de voorouders van koningin Beatrix zijn
er in dit gebied heel wat dorpen die een Voorstraat kennen.
Dat allemaal dankzij die ene ontwerp-plattegrond die de
stedenbouwers van de Nassaus hanteerden als er ergens in
de nieuwe polder een dorp moest komen. Ooltgensplaat, Klundert
en Colijnsplaat zijn er voorbeelden van. De geschiedenis
van zuidwest-Nederland bestaat uit 2000 jaar landschapsvernieuwing,
1000 jaar door de elementen, 1000 jaar door de mens. En
nog altijd wordt er gewerkt aan de vormgeving van de delta.
De mislukkingen.
Die waren er, door allerlei oorzaken, natuurlijk ook. De
ondergang van de Grote Waard, nu de Biesbosch, in 1421 is
er een voorbeeld van. Omdat Dordrecht en Geertruidenberg
elkaar het licht in de ogen niet gunden en geld liever aan
de Hoekse en Kabeljauwse twisten besteden en dus aan hun
legertjes en niet aan de dijken. En omdat winstbeluste,
kortzichtige lieden toestonden dat het veen werd afgegraven
ter wille van turf- en zoutproductie. Dardoor werden de
dijken min of meer ondergraven. Een catastrofe was ook de
ondergang van Reimerswaal, een stad die al voor 1200 bestond
en die op 5 november 1530 op een steeds verder afbrokkelend
eiland kwam te liggen. Door nieuwe overstromingen zakten
de stadsmuren omver. In 1631 trokken de meeste bewoners
weg. In 1634 was er een publieke verkoping van de resten
van deze eens zo trotse stad. Dan is er het verlies van
Saaftinghe door overstroming en oorlogsgeweld. In 1584 liet
Marnix van St Aldegonde, burgemeester van Antwerpen, de
dijken van Saaftinghe doorsteken om de stad te beschermen
tegen de Spanjaarden. Aan deze dichter van het Wilhelmus
danken we nu een schitterend natuurgebied.
De vergeten
eilanden
Neem Wulpen voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen, Stuivezand
ten zuiden van Zuid-Beveland en Bommenede, ten noorden van
Brouwershaven, dat in 1684, 100 jaar na een moordend beleg
door de Spanjaarden (1575), aan het water werd teruggegeven.
En Orisant, op de bodem van de Oosterschelde. Orisant is
de belangrijkste waterstaatkundige mislukking van de Nassaus.
Maria van Nassau, de oudste zuster van Willem van Oranje,
stak er samen met haar broer Filips-Willem veel geld en
energie in. In 1598 toen de economie van de Lage Landen,
ondanks de Tachtigjarige Oorlog, bloeide financierde het
duo de herdijking van Noord-Beveland (verdronken sinds 1530).
Orisant lag als een hoog opgewassen schor te lonken in de
monding van de Oosterschelde. Er woonden alleen een paar
herders. Landmeters lieten zich naar het schor roeien en
zetten een polder uit. In 1602 kwam het dijkersleger. Pieter
Stoffelsz van Mattemburgh organiseerde namens Maria van
Nassau een verpachting van de grond en zorgde voor een bestuur
op het eiland. Hans van Damme werd er de eerste schout.
Pest, hongersnood, dijkvallen en dijkbreuken teisterden
de pioniers van Orisant. In 1609 hield de schout het voor
gezien. Armlastig geworden, vluchtte hij naar Walcheren.
In 1625 keerde hij terug in Colijnsplaat. De tussenliggende
jaren waren voor Orisant »»n lange martelgang. Door dijk-
en oevervallen en steeds opnieuw binnenwaarts aanleggen
van nieuwe dijken, werd het eiland steeds kleiner. Rond
1634 vertrokken de meeste volhardende pachters. In 1639
stierf ex-schout Van Damme in Colijnsplaat. Hij sleet zijn
laatste jaren glansloos en in armoe; als hondenwachter in
de kerk. Een paar maanden na zijn dood maakte de zee, bijna
achteloos, een einde aan het tragische bestaan van Orisant.
-----------------------
Het leven
van Orisant
200
De Oosterschelde
is nog en smalle stroom die ergens ter hoogte van het huidige
Burghsluis in zee uitmondt. Ten noorden van Colijnsplaat
beschikken de Romeinen over de haven Ganuenta. Er staat
een tempel gewijd aan de godin Nehalennia, ongeveer op de
zuidoostelijke punt van het latere eiland Orisant.
400
De zee breekt
door de duinengordel van de Zeeuwse delta. Er vormt zich
een archipel van schorren en zandbanken. Vanuit hogere grond
in Brabant en Vlaanderen komen herders het gebied in. De
duinen van Schouwen blijven droog en bewoond.
1100
De eerste
bedijkingen in Zeeland.
1300
Het eiland
Orisant komt als de droogte Worighesant voor het eerst voor
op oude kaarten. De droogte kleeft tegen Noord-Beveland
aan. Dat is op dat moment een 'eiland' van met dijken aan
elkaar geknoopte polders. Tussen Noord-Beveland en Worighesant
loopt een smalle stroom: Het Fael. In die geul ligt een
driehoekige zandplaat: de Vijsse. Later zal deze plaat zijn
naam geven aan de grote kreek die dwars door het ingepolderde
eiland Orisant loopt. In die tijd betreden de eerste herders
Orisant.
1361, 13 april
Margaretha
van Moermond en Wouter van Heemskerck, adellijke grootgrondbezitters
op Schouwen,nemen de schorren van Orisant over van hertog
Albrecht van Beieren. Een paar dagen later besluiten enkele
andere Zeeuwse edelen om met toestemming van Van Heemskerck
en zijn vrouw de schorren van Orisant in te polderen. Van
die hele onderneming komt niets terecht.
1408, 24 mei
Hertog Jan
van Brabant, op dat moment bezitter van Orisant, doet dit
onroerend goed over aan de Zeeuwse edelman Claes van Borsselen.
En die doet er verder niks mee.
1423
Orisant wordt
eigendom van Philips van Borsselen, een losbol die overal
een spoor van schulden nalaat.
1483
Vanuit Vlaanderen
en vanaf de Brabantse wal rukken de bedijkers op. In West-Brabant
begint Engelbert II van Nassau met de bedijking van de polder
Niervaart, het latere Klundert.
1400-1500
De Oosterschelde
vreet een gat in de zuidwal van Schouwen-Duiveland. Tientallen
dorpen en gehuchten verdwijnen spoorloos in het diepe.
1530, 5 november
De eerste
grote overstroming van de bloeiende stad Reimerswaal in
het oostelijk deel van de Oosterschelde. De heer van Lodijke
wil het water een haven uit laten schuren. Zijn dorp en
zijn kasteel verdwijnen voor altijd in de donkere Oosterschelde:
in het Gat van Lodijke. Ook Noord-Beveland gaat ten onder
en blijft bijna zeventig jaar drijvend.
1532, 1 november
Opnieuw overstroomt
Reimerswaal en omgeving.
1551, 12 januari.
Derde overstroming
van Reimerswaal. De laatste bewoners verlaten de stad.
1581
In Zierikzee
tekent kaartenmaker Levien Ruta een van de eerst bekende
kaarten van het 'herderseiland' Orisant.
1595
Plannen om
Noord-Beveland opnieuw te bedijken.
1597
Eerste plannen
om Orisant in de polder, een initiatief van Maria van Nassau.
1598
Inpoldering
van Noord-Beveland.
1601, 11 juni
Een aantal
potentiŚle investeerders laat zich naar Orisant roeien.
1601, 14 november
De Staten
van Zeeland geven toestemming om Orisant in te polderen.
1602, maart
De inpoldering
van Orisant begint.
1602, september
Verpachting
gronden op Orisant.
1602, 20 november
De financiers
drinken met projectleider Pieter Stoffelsz van Mattemburgh
in het Nassaukasteel in Sint Maartensdijk een borrel op
de goede afloop.
1603
Op Orisant
heerst de pest.
1604
Verschillende
dijk- en oevervallen op Orisant.
1605 en 1606
Herhaalde
dijk-en oevervallen op Orisant.
1608
Pachter Jan
Immertsz verliest een deel van zijn weiden bij een dijkval
aan de noordkant van Orisant. Hongersnood op het eiland.
1609
De pachters
op Orisant kunnen het eiland niet op eigen kracht droog
houden. De toestand is uitzichtloos. Schout Hans van Damme
vertrekt. Op het eiland blijven drie families achter.
1610
Jasper van
Clootwijck, een telg uit een notabelengeslacht in Geertruidenberg
wordt rentmeester van Noord-Beveland en van Orisant.
1611, april
Op Orisant
wordt een inlaag buitengedijkt. Er gaat anderhalve hectare
grond verloren.
1614
De akkers
op Orisant liggen er overwoekerd en vervuild bij. Veel huizen
zijn onbewoond en scheefgezakt.
1620
Nieuwe dijkvallen
op Orisant
1625
Hans van Damme,
voorheen schout te Orisant, duikt weer op in Colijnsplaat.
Hij trouwt er met Janneke Lievensz, mogelijk afkomstig uit
Arnemuiden.
1627, 17 oktober
In Breda sterft
Pieter Stoffelsz van Mattemburgh, als rentmeester van de
Nassaus was hij de 'projectontwikkelaar' die zowel Noord-Beveland
als Orisant liet bedijken.
1634
Opnieuw verlaten
de pachters Orisant. Ze voorzien dat het eiland niet te
redden zal zijn.
1637
Van 742 gemeten
die in 1602 zijn ingepolderd, zijn nog slechts 175 droog
land over.
1639, 2 juni
Hans van Damme
wordt 'van den armen' begraven in Colijnsplaat.
1639 11 november
De dijken
van Orisant breken. Het eiland is definitief verloren.
1664
De kronieken
melden de aanwezigheid van enkele herders op de schorren
van Orisant.
1687
Een ambtenaar
van de provincie Zeeland beschrijft Orisant als een in zee
liggende zandplaat.
1700-1900
De oude geul
Het Fael tussen Orisant en Noord-Beveland schuurt uit tot
een diepte van 10 tot 27 meter. De plaat aan de noordkant,
voorheen Orisant, heet nu de Vuilbaard.
1970, 14 april
De Thoolse
visser K. J. Bout haalt met de netten van zijn garnalenkotter
TH 6 Johanna Cornelia bij boei 10 van de Schaar van Colijnsplaat
twee Nehalennia-altaren boven. Boei 10 ligt op de zuidoostelijke
punt van het vroegere Orisant.
2000, juni
Duikers vinden
in de Schaar van Colijnsplaat resten van Romeinse bebouwing.
2000 24 november
Het boek Orisant
van Paul de Schipper wordt op de Oosterschelde ten doop
gehouden. Tevens wordt Orisant digitaal herdijkt met de
website www.orisant.com
|