|
Orisande
De afstand schattend blijf ik staan. Herhaal
De
naam van het verdronken land dat tussen
overkant en hier legende werd en isoleer het
water er omheen om goed te zien wat ooit verdween.
Een zandbank geeft zich langzaam bloot waar
doden nietsvermoedend door de eeuwen heen vergroot
zich oprichten als gras. De uren die je loopt om
wat je denkt te zien, maken verleden groot.
Ik treur wat om de dood die nooit verdwijnt
terwijl de zon de dijk beschijnt waar rode
klavers weer uitbundig bloeien. Er groeien
regels in mijn hoofd die zich bemoeien met
de stilte om ons heen. Jij vindt een plekje uit
de wind en deelt de koffie, breekt het brood.
Johanna Kruit
Uit: Voorheen te Orisande, Rap, Amsterdam
De weg naar
Orisande (fragment)
"Mijn Orisande, fluisterd'ik, mijn eiland Orisande,
ik reik naar U, met d'oud geworden handen,
hier ben ik nu, zoo deerlijk kom 'k tot U,
tot aan den dood verwond door die mij ver verbanden
geraakt' ik, toch, tot U".
Orisande, Orisande - Alom ruischt de zilvren zee.
Waarheen hier de voet zich wendt, de zee ruischt immer met
U mee.
Als bij den vlierboom dicht aan 't strand, als 't bloed in
d'aders van uw hand
zoo ebt en vloet, komend en gaand, levende - nog bewogen vree
't geluk in Orisand.
Jan van der Leeuw
Uit; De weg naar orisande of het zeeuwsche landjuweel. Fanoy,
1977, Middelburg.
|