| De
Schelde, een smoezelige sloot? Of een flonkerende zilverdraad
door zonnig Vlaanderen? Na dertienduizend jaar geschiedenis
zoeken we een antwoord.
De moeder
van de Delta.
Door Paul
de Schipper
De Schelde heeft Zeeland gebaard. Vooruit maar, misschien
ook nog wel een stukje van West-Brabant. De geschiedenis
van de huidige Schelde en haar voorlopers gaat minstens
twee miljoen jaar terug. Een tentoonstelling in Amsterdam
vertelt op een onthullende manier hoe de Schelde zoals we
die nu kennen, is ontstaan. Het is het verhaal van een rivier
die aan de wandel ging. Waarom Terneuzen geen wereldhaven
werd en Antwerpen wel. Waarom de Schelde eerst Oosterschelde
werd. Nu geamputeerd.
Waarom de Westerschelde, die jonge hond, de Schelde werd,
maar die titel eigenlijk niet verdient. Alleen al omdat
de geleerden nog ruzieen om de juiste geboortedatum. Waarom
na een eeuwen durende gevecht tussen twee titanen, de zee
en de Schelde, Zeeland ontstond. Eigenlijk is die rivier
de Schelde gewoon een nukkig mens, al zagen de eerste mensen
de Schelde als een god. Ze vereerden en vreesden de rivier.
Mensen gebruikten de Schelde als offerplaats, voedselbron
en transportweg.
De Vlaamse historicus Guy de Mulder: "Iedereen bekijkt
de Schelde altijd vanuit zijn eigen hoekje. De historicus
leest zijn oude geschriften, de archeoloog zit boven zijn
bodemvondsten, de schipper tuurt naar de volgende bocht,
de groene jongen telt de vogels en aan de oever zit de dichter
te dromen. Allemaal hebben ze een beetje dat Schelde-gevoel."
De Schelde zoals we die nu kennen, ontspringt bij Saint-Quentin
in Noord-Frankrijk. Het is niet meer dan een ordinaire sloot.
De bron borrelt wat water uit een heuvel achter een oude
kloosterboerderij. Via Franse dorpjes bereikt deze beek
de Belgische grens. In West-Vlaanderen groeit de Schelde
uit tot een smalle rivier die door het landschap van de
provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen kronkelt en daar
voor het eerst zout water proeft.
Als kilometers brede Westerschelde bereikt de meer dan volwassen
rivier tenslotte de zee. Dat is de verplichte aardrijkskunde
die bij de Schelde hoort, maar er is meer. De eerste mensen
bijvoorbeeld, die misschien al 200.000 jaar geleden deze
streken binnen trokken. Ze bouwden hun vaak tijdelijke kampementen
langs de plateauranden. Niet alleen omdat ze daar goede
observatieposten voor de jacht hadden. Het was tegelijkertijd
een veilig heenkomen als de rivier de vallei tot moeras
of binnenzee maakte. Vaak daalden ze af in die vallei om
te jagen. In de bagger die tusen Gent en Antwerpen uit de
rivier wordt gehaald, zijn hun gereedschappen terug gevonden:
vuurstenen en schrapers om huiden te reinigen. "Nomadische
Neanderthalers", aldus Guy de Mulder. Ongeveer 13.000
jaar geleden verandert de toendra van de ijstijd in een
dennenbos.
Uit een van de riviertjes die fel kronkelend vanuit Noord-Frankrijk
via Vlaanderen hun weg naar zee zoeken, groeit een forsere
stroom: de Schelde. Ongeremd speelt de rivier met het landschap.
Alleen al tussen Gent en Dendermonde laat de oude Schelde
tientallen volledig dichtgeslibde en nauwelijks nog herkenbare
bochten achter. Die opgevulde rivierbeddingen vinden archeologen
nu terug bij grondboringen. De afmetingen van de oude geulen
vertellen een verhaal van overstromingen van een omvang
die in de dichtbevolkte Schelde-vallei van tegenwoordig
desastreus zouden zijn. De bedding van de Schelde is altijd
de Vlaamse Vallei geweest.
Deze Vlaamse Vallei werd tijdens ijstijden uitgeschuurd
tot diepten van twintig tot vijfentwintig meter beneden
de huidige zeespiegel en telkens weer opgevuld. In die tijd
stroomde de Schelde ergens bij Terneuzen in zee. Toch zou
dit oord nooit de gezichtsbepalende havenstad aan de Schelde
worden. De geschiedenis bepaalde anders. "Antwerpen
dankt zijn rijkdom aan de Schelde en de Schelde aan God,"
zegt een Vlaams spreekwoord. Zo'n 20.000 jaar geleden werd
de Vlaamse Vallei ten noorden van Gent afgedamd door een
opgewaaide zandrug van drie tot vier meter hoog en twee
tot drie kilometer breed. Dat zorgde voor de laatste gigantische
kronkel van de rivier. De zandrug dwong de Schelde aan de
wandel naar het oosten. Daar, zuidelijk van Antwerpen, brak
de rivier bij Hoboken door naar het noorden om vervolgens,
gedwongen door de Hoge Rand van Brabant, bij Bergen op Zoom
weer naar het westen te draaien. Die loop van de Schelde,
dwars door de hals van Zuid-Beveland, noemen we nu Oosterschelde.
De Westerschelde zou pas veel later, rond het jaar 1000
na Chr. geboren worden. De jagers en verzamelaars die de
Schelde-vallei als eersten koloniseerden, zetten rond 6000
voor Chr. de bijl in het bos.
Ze begonnen met een eerste vorm van landbouw. Het was, zonder
bestemmingsplan, de eerste menselijke invloed op het landschap.
De Romeinen legden er wegen aan en bouwden versterkte nederzettingen.
Noormannen gebruikten de Schelde als invalsweg om vanaf
836 na Chr. Walcheren, Antwerpen en Gent te plunderen. De
Schelde kreeg een militair-strategische betekenis. Als reactie
op de invallen verschenen er burchten. Middelburg, Oost-Souburg
en Domburg zijn er voorbeelden van: steden die ontstaan
zijn uit een cirkelvormig plan. Met binnen een brede gracht
houten pallissaden als bescherming. Gent was toen een van
de eerste handelsposten aan de Schelde. De stad ontstond
op een zandige helling aan de oostkant van de samenvloeiing
van Leie en Schelde. De eerste, nog houten versterking,
heeft vermoedelijk op de plaats van het nog altijd bestaan
kasteel Het Gravensteen gestaan. Na het jaar 1000 kreeg
de mens meer en meer greep op de Schelde. Inpolderingen
dwongen de rivier boven Antwerpen in een vaste bedding.
Tegelijkertijd deed zich, stroomafwaarts een nieuwe bouwmeester
gelden: de toenemende getijdenwerking. Vanuit de richting
Vlissingen-Breskens was een smalle zeearm oostwaarts doorgebroken,
het begin van de Westerschelde. Wanneer? Guy de Mulder lacht:
"Da's en teer punt bij historici. Sommigen zeggen rond
1200, maar de laatste tijd wordt aangenomen dat eerder is
geweest, mogelijk al rond 800." In 1318 werd de oorsponkelijke
Scheldeloop(nu Oosterschelde) voor het eerst "Oude
Schelde" genoemd. De jonge Westerschelde, die nog Honte
heet, is op het eind van de vijftiende eeuw breed en diep
genoeg om geschikt te zijn voor scheepvaart. De verzandende
verbinding tussen Ooster- en Westerschelde bij Woensdrecht
kan dan bij laag water te voet worden overgestoken. In 1867
scheidt een spoordijk de beide Schelde-armen definitief
van elkaar.
Zeeland heeft met het Deltaplan en dijkverhogingen de Schelde
in een strak corset gedwongen. In het huidige industriele
landschap ten noorden van Antwerpen is nauwelijks iets overgebleven
van het oorspronkelijke Schelde-landschap. Zo ongeveer elke
vierkante meter is er na de Tweede Wereldoorlog afgegraven
of omgewoeld. Het industriele tijdperk, een paar seconden
in het leven de rivier, heeft het aanzicht van die rivier
wel radicaal veranderd.
"Te radicaal", aldus de jongste inzichten. "De
Schelde leefde als rivier. Wij mensen hebben er een bijna
dode rivier van gemaakt", zegt John Lilipaly, oud-PvdA-Tweede
Kamerlid en oud-voorzitter van de Internationale Commissie
ter Bescherming van De Schelde. "We hebben er heel
veel aan verknoeid, het water vervuild, bochten afgesneden.
Daar is de Schelde niet mooier van geworden, Daardoor is
dat beeld van smoezelige Schelde ontstaan. Dat moet veranderen.
Dat is eigenlijk al een beetje aan het veranderen."
Rijkswaterstaat, dezelfde dienst die het corset dichtreeg,
deed een poging de Schelde op Nederlandse-erfenis gebied,
de Westerschelde, wat meer adem te geven. Ontpolderen heette
het voorstel, ontstaan uit nieuwe inzichten dat de natuur
de ruimte moet hebben. Het woord rolde als een vloek van
de dijken naar beneden.
De zee, de waterduivel, binnenshuis nodigen? Nee, zo soepel
bleek de Zeeuwse geest nog niet. Lilipaly: "Nederland
en Belgie moeten samen weer proberen om de Schelde levend
te maken. De natuur moet ruimte hebben." "Mooie
woorden maar kan dat, tegen de wind in, met al die economische
druk op de ruimte langs de Schelde, nieuwe havens in Vlissingen
en Antwerpen? "Ja, het besef dringt door dat het anders
moet. Bij havenautoriteiten, maar ook bij bedrijven langs
de rivier. Bedrijven uit Wallonie, de gedoodverfde vervuilers,
komen nu naar Zeeland om te praten over de Wester-schelde.
En om te bespreken hoe ze het beste een bijdrage kunnen
leveren aan een mooiere rivier. Dat was een paar jaar geleden
ondenkbaar. Het is een inhaalslag waarbij ecologie en economie
elkaar zelfs kunnen versterken in plaats van tegenover elkaar
te staan."
Literatuur:
"De Schelde, verhaal van een rivier". Auteurs:
Guy de Mulder en Mark van Strydonck. Uitgeverij Davidsfonds,
Leuven. Prijs f 85
|