| Verdronken
dorpen in Zeeland |
Aandijke
(ook Aendike) |
Verdronken
dorp in Zeeuws-Vlaanderen. Aendicke lag op het voormalige eiland
van Zaamslag. |
| Agger |
Verdronken
dorp in het Land van Reimerswaal. Agger ging in 1551 ten onder. |
| Assemansbroek |
Het dorp
Assemansbroek bestond waarschijnlijk al in de dertiende eeuw.
Het lag tegenover Bergen op Zoom op de westelijke oever van
de Schelde. Het verdronk in 1530. |
| Assenburg |
Dorpje op
het voormalige eiland Borssele. Het verdronk tijdens de stormvloeden
van 1530 en 1532. |
| Auwersluis |
Gehucht in
de voormalige heerlijkheid Saeftinghe. |
| Avenkerke
(ook Brielle) |
Een van de
vier verdronken dorpen op het eiland Wulpen. Dit eiland lag
in de Middeleeuwen voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen. Ten noorden
van Wulpen lag het eiland Koezand. Ten noordwesten bevond zich
het eiland Schoneveld. Rond 1570 ging Wulpen als eiland ten
onder. De laatste resten waren aan het eind van de zeventiende
eeuw verdwenen. |
|
Baarzande (ook
Bardesant, Burdasanda of Bersant)
|
Baarzande
lag ten noordoosten van het voormalige eiland Cadzand. Verdronk
rond 1500. |
| Bakendorp
(ook Badickedorp) |
Dorp ten
zuiden van Baarland. De stormvloed van november 1530 vernielde
Bakendorp. Na herdijking verdween het door dijkvallen geleidelijk
in de Westerschelde. De enige herinnering aan Bakendorp is de
grafsteen van pastoor Jan Lenaerts die op 28 april 1518 stierf.
Die steen bevindt zich nu in de kerk van Hoedekenskerke. Tot
in de negentiende eeuw was er bij Bakendorp een overzetveer
naar Zeeuws-Vlaanderen. De resten van Bakendorp waren tot 1957
in het landschap terug te vinden. Daarna voltooide een radicale
ruilverkaveling het werk van het water en verdwenen de laatste
resten van Bakendorp. |
| Beoostenblije |
Nederzetting
bij Axel. Bij de verovering van Axel door prins Maurits in 1586
moesten de bewoners van het dorp Beoostenblije een goed heenkomen
zoeken. Ze keerden nooit meer terug. |
| Bommenede |
Bommenede
aan de noordkant van Schouwen-Duiveland wordt in 1153 genoemd
als eigendom van het Cisterciënzerklooster van Ter Duinen
in Vlaanderen. Het dorp overleefde twee overstromingen in 1530
en 1532 en een brand in 1540.
In 1575 belegerde de Spaanse bevelhebber Mondragon Bommenede
en schoot het tot stadje geworden dorp in stukken. Het kwam
die klap nooit meer te boven. De Grevelingen deed in de zeventiende
eeuw de rest. De laatste bewoners vertrokken in 1684. De resten
van Bommenede staken bij eb nog jaren boven water. |
| Borrendamme |
Borrendamme
verschijnt in 1297 voor het eerst in de archieven. Het dorp
lag ten zuiden van Zierikzee. De stormvloeden van 1530 en 1532
zorgden ervoor dat het dorp bijna verlaten raakte. In 1570 en
in 1610 gebruikte men de resten van het dorp om bressen in de
zuidelijke dijk van Schouwen-Duiveland te dichten. De fundamenten
van de kerk bleven tot 1822 zichtbaar. De kerk lag 800 meter
ten westen van het havenhoofd van Zierikzee. |
| Boterzande
|
Verdronken
dorp in Zeeuws-Vlaanderen. In de archieven van de St.-Pietersabdij
te Gent komt dit kustdorp al in 990 voor. In 992 kreeg de abdij
een hoeve met bijbehorende grond geschonken in Boltreshanda.
Het dorp lag ten noorden van Biervliet. Er moet ter plaatse
buitendijks een flink schorrengebied hebben gelegen. Dit voorland
komt in de archieven voor als utdick en huutdijc. Boterzande
verdween op 8 oktober 1375 in de golven van wat nu de Westerschelde
heet. |
Brieskerke
(ook Breiskerke of Brisselkerc) |
Een dorp
in het verdronken Zuidland van Schouwen. Het dorp wordt in 1276
voor het eerst gemeld. In 1542 werd Brieskerke buitengedijkt
en verdween het dorp voorgoed in de Oosterschelde. |
| Broecke |
Het dorp
Broecke lag in het oostelijk deel van het Verdronken Land van
Reimerswaal. Het verdronk in 1530-1532. |
| Campen |
Het dorp
Campen op Noord-Beveland bestond al in 976. Het verdronk tijdens
de stormvloed van 1530. Na de herdijking van Noord-Beveland
ontstond op de plek van Campen het huidige Kamperland. |
| Capelle |
Het gehucht
Capelle bij Zierikzee deelt met Schuring in de Hoekse Waard
de twijfelachtige tot de jongste verdronken dorpen van de delta
te behoren. Tot 1 februari 1953 lag Capelle tussen Zierikzee
en Nieuwerkerk. Het was een stevige buurtschap, een straat met
een rij huizen aan weerskanten en een kruispunt. De Ramp vaagde
Capelle weg en het werd nooit meer opgebouwd. In de omgeving
staan nu alleen nog verspreide boerderijen. |
| Casuele |
Voormalig
dorp in het Land van Saeftinghe. Het dorp lag aan de kreek de
Couveringe, midden in een uitgestrekt veengebied. Voor de bewoners
was dat zoiets als Slochteren nu. Ze groeven de moer uit en
verkochten deze middeleeuwse brandstof. |
Claeskerke
(ook Clauskinderen en Oostkerke) |
Het dorp
lag in het vroegere Zuidland op Schouwen, tussen Westenschouwen
en Coudekerke, het dorp waarvan we nu alleen nog de kerktoren
in de Oosterscheldedijk kunnen zien staan.
Het langdurig met overstromingen bedreigde Claeskerke verdronk
in 1511 in de Oosterschelde. |
| Coudekerk |
Het
dorp Coudekerk lag in het verdwenen Zuidland van Schouwen. Het
is een van de weinige verdronken dorpen die nog zeer zichtbaar
zijn in het Zeeuwse landschap. Van het dorp rest immers nog
de toren. Die staat eenzaam en zonder kerk met het fundament
in de Oosterscheldedijk aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland.
In 1475 lag de zeedijk nog drie kilometer van het dorp verwijderd,
maar in 1583 was de Oosterschelde zover opgerukt dat de kerk
moest worden afgebroken. Alleen de toren, ook bekend als de
Plompe Toren, bleef staan, als baken voor de scheepvaart. In
de toren is een vrij toegankelijk bezoekerscentrum over de Zeeuwse
overstromingen ingericht. |
| Coudorpe
|
Het dorpje
Coudorpe op Zuid-Beveland bestond al in 1267. Het raakte door
overstromingen ontvolkt. In 1572 verdwenen de resten van het
dorp als versterking in de Westerscheldedijk van Zuid-Beveland.
De vluchtberg van Coudorpe bestaat, opgeworpen in de twaalfde
eeuw, nog. Die ligt ten zuidwesten van Driewegen. |
| Couveringe |
Dorp in het
Verdronken Land van Reimerswaal. |
Coxyde
(ook Beniardskerke, Bingaerstkerke, Bengerskerke) |
Het dorp
Coxyde bij Oostburg behoorde tot het onroerend goed van de St.-
Baafsabdij te Gent. Het had veel van overstromingen te lijden.
In 1583 liet prins Maurits de omgeving van Sluis onder water
zetten om de opmars van de Spaanse bevelhebber Parma te stuiten.
De dijken bij Coxyde werden doorgestoken. De stroom schuurde
geulen uit en zoog Coxyde weg in het diepe. |
De
Piet
(ook Mude, Muiden) |
De Piet.
Dat is zwemmen en zonnen, want De Piet is nu vooral bekend als
recreatiegebied aan de zuidkant van het Veerse Meer. Keurige
aanplant, nette kreek en strand. Ooit bood het landschap dar
een hel ander panorama. Zevenhonderd jaar geleden lag hier op
het westelijk deel van het voormalige eiland Wolphaartsdijk
het dorp De Piet. De silhouet van het dorp werd bepaald door
het kasteel Muiden. Het dorp ging in 1377 ten onder. De ruïne
van het kasteel stond nog lang als een baken in het Veerse Gat.
|
| Duvenee |
Dorp in het
Verdronken Land van Reimerswaal. Het werd in 1275 voor het eerst
genoemd. Het lag ten westen van de stad Reimerswaal. Het dorp
ging ten onder tijdens de stormvloeden van 1530 en 1532. |
| Dyxhoecke |
Verdronken
dorp op Noord-Beveland. Als parochie behoorde het tot het bisdom
Utrecht. Dyxhoecke bestond al in 1329. Het dorp verdronk in
1530. Overblijfselen van het dorp zijn later nog aangetroffen
in de buurt van Wissenkerke |
Edekinge
(ook Ekingen) |
Verdronken
dorp op Noord-Beveland, ten onder gegaan in 1530
(mogelijk hetzelfde als Oud-Hamerstee) |
| Elmare |
In 1375 verdronken
dorp in het grensgebied van het huidige Zeeuws-Vlaanderen en
Belgie. Het dorp lag nogal eenzaam in een uitgestrekt, woest
veengebied ten zuiden IJzendijke. Graaf Diederik van de Elzas
schonk in 1134 en 1135 20 bunder moergrond aan de St.-Pietersabdij
in Gent. Die 20 bunder, 20 hectare, grond lag bij het beekje
de Helmare. Het was potentiele brandstof, want er kon turf uitgemoerd
worden. De monniken bouwden er een kapel ter ere van de H. Maagd,
een kerk gewijd aan St.-Nicolaas en ook een molen. Er was een
klooster met monniken die verbonden waren met de moederabdij
in Gent. Zij bestuurden het dorp. De bewoners waren horigen,
zeg maar eigendom van de monniken. Onder hun leiding brachten
ze de omringende woeste grond in cultuur. Elmare werd door een
weg verbonden met het nabijgelegen, eveneens verdronken Oostmanskerke.Elmare
is vooral bekend geworden door een beroemd sprookje. Het dorp
wordt herhaaldelijk genoemd in het dierenepos Van den Vos Reinaerde. |
| Emelisse |
Verdronken
dorp op Noord-Beveland. Het dorp werd voor het eerst vermeld
in 1216. Er moet flink wat volk gewoond hebben. Uit de stukken
van het bisdom Utrecht blijkt dat er twee pastoors waren. In
Emelisse stonden verder een gasthuis en een nonnenklooster.
Tijdens de stormvloeden van 1530 en 1532 verdween Emelisse. |
| Emersweert |
Everswaard
(ook Eversweerde) |
Verdronken
dorp en parochie ten noorden van Bath. De parochie behoorde
tot het bisdom Utrecht. De kerk had als patroonheilige St-Johannes
de Evangelist. Het dorp verdween tijdens de stormvloed van november
1530 |
| Ganuenta |
Verdronken
Romeinse nederzetting in de Oosterschelde voor de kust van Colijnsplaat. |
Gaternesse
(ook Gathernesse, Gaternisse) |
Dorp met
een uitgestrekt grondgebied ten noorden van IJzendijke. Het
bestond al in 1150. Een van de pastoors van Gaternesse ene Wouter
Everard was een dynamisch ondernemer. En lichtelijk ijdel. Hij
liet in 1357 een polder bedijken en naar zichzelf vernoemen.
De Everardpolder was geen lang leven beschoren. Nog hetzelfde
jaar brak de dijk en liep de verse landaanwinning onder water.
Het dorp Gaternesse ging onder tijdens stormvloeden in de vijftiende
eeuw. In 1660 zagen bewoners van IJzendijke voor het laatst
de fundamenten van Gaternesse. |
| Hannekenswerve |
Verdronken
dorp tussen Sluis en Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen. Een flink
dorp en er woonden keurige kerkse mensen. In 1169 vindt bisschop
Walter van Doornik het prima dat de pastoor van Aardenburg en
de kapelaan van Hannekenswerve onderling afspraken maken over
hun dienstrooster. Tot dan toe werden de bruiloften, doop en
begrafenissen van het dorp door de pastoor van Aardenburg gedaan.
Nu mag de kapelaan, met speciale bevoegdheden, zelf aan de slag.
Voor wat hoort wat. De man moet eenderde van zijn inkomsten
afstaan aan de hoofdkerk in Aardenburg.
Bij opgravingen in 1964 kwamen de resten van de kerk, beschilderde
grafkelders en grafzerken tevoorschijn. In 1421 kwam de streek
rond Hannekenswerve onder water te staan. In 1477 volgde nog
een overstroming en tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in 1583,
staken de Sluizenaars de dijken door. Een tekst uit 1666 spreekt
over: "de plaats waar voorheen Hannekenswerve placht te liggen."
Het dorp was door natuur en oorlogsgeweld van de kaart verdwenen.
Ongeveer op de plaats van Hannekenswerve ligt nu Draaibrug. |
| Roeselare |
Het stadje
Roeselare lag bij Aardenburg. Het wordt in 1404 omschreven als
"ten eeuwigen daghen van de zee verloren". |
| s
Heer Arendshaven |
Verdronken
gehucht en vissershaventje op Schouwen-Duiveland. Het lag in
de buurt van Coudekerk in het nu verdronken, maar destijds door
akkerbouw welvarende Zuidland. |
| Herkesteyn |
Verdronken
en/of verbrande nederzetting met kasteel op Schouwen-Duiveland. |
| Hughersluis
(plusminus 1500) |
Het stadje
Hughersluis ligt verdronken in de huidige Braakman. Het was
een centrum voor turftransporten per schip. |
| Hertinge |
Verdronken
dorp in de Braakman. Hertinghe lag ten zuiden van het Mauritsfort
in Zeeuws-Vlaanderen. Hertinghe telde in 1469 33 woningen. In
1488 verdween het door overstroming van de kaart. |
| Hinkelenoord |
Verdronken
dorp ten noordwesten van Woensdrecht. Het dorp ging onder tijdens
de stormvloed van 1552 |
| Hongersdijk
1 |
Verdronken
dorp op Zuid-Beveland, ten westen van Wilhelminadorp. Het ging
1334 verloren door een overstroming |
| Hongersdijk
2 |
In 1429 ontstond
een nieuw Hongersdijk. Ook die nederzetting was geen lang leven
beschoren. Het dorp verdronk in 1551. Een nieuwe bedijking volgde
in 1708. In 1857 werden er op de plek van het tweede Hongersdijk
nog grafzerken en restanten van het dorp gevonden. De vindplaats
lag iets ten noorden van de hoeve Hongersdijk. |
| Hugevliet |
Ooit geweten
dat er ten noordwesten van Biervliet in Zeeuws-Vlaanderen nog
een stad gelegen heeft? Toch is dat zo. Lodewijk van Male, graaf
van Vlaanderen, gaf Hugevliet in de dertiende eeuw stadsrechten.
De nederzetting bestond al in 1174. Hugevliet had een eigen
week- en jaarmarkt. En een eigen haven aan de Westerschelde.
Ondanks die voorrechten kreeg het nooit de kans een echte stad
te worden. In 1375/1376 deed de Westerschelde een eerste aanval
op Hugevliet. Die mislukte. In 1404 was het wel raak. Hugevliet
verdween voor altijd in de golven. |
| Kadzand |
Eiland en
nederzetting in de monding van de Westerschelde. Het was een
van de vele eilanden die in de Middeleeuwen in de monding van
de Westerschelde lagen. Het overstroomde in 1375. Kadzand werd
later aan Zeeuws-Vlaanderen vastgedijkt. De nederzetting verdween. |
| Kalfsteert |
Buurtschap
bij Perkpolder. In de zestiende eeuw voer er vanuit Kalfsteert
een veer op Waarde. De Nieuhoespolder waar Kalfsteert lag, verdween
in 1591 in de Westerschelde. |
| Kapeldorp |
Verdronken
dorp in het Land van Reimerswaal. Het dorp wordt voor het eerste
genoemd in 1495. Er stond toen een kapel, de Ramskapel, ter
ere van de Heilige Maagd en St.-Quirinus.
Kapeldorp verdween tijdens de vloeden van 1530 en 1532. |
| Klaaskinderkerke
(ook Claeskinderkerke) |
Verdwenen
en verdronken dorp op Schouwen-Duiveland. De oudste vermelding
is van 14 januari 1286. Op die dag betalen Pieter Nobel en zijn
broer een bedrag aan Floris de V in verband met de haven en
het dorp Klaaskinderkerke. De kerk van Klaaskinderkerke was
gewijd aan St.-Nicolaas. De laatste pastoor, in 1549, heette
Michael Bense. De Allerheiligenvloed overspoelde Klaaskinderkerke.
De bewoners die het overleefden, keerden nooit meer terug. In
1959 vonden archeologen het kerkhof van het dorp terug. |
| Koezand |
Eiland in
de monding van de Westerschelde. In het voorjaar van 1344 arriveerde
het dijkleger op de schorren van Koezand. Die bedijking vond
plaats in opdracht van vier particuliere investeerders. Onder
hen was een ambtenaar van de stad Brugge. De hoogte van de dijk
was 10 voet, iets meer dan drie meter. De kruinbreedte kwam
op zeven voet, iets meer dan twee meter. De oorkonde waarin
wordt gesproken over de bedijking van Koezand is, voor zo ver
bekend, het eerste geschreven stuk waarin over de afmetingen
van toenmalige zeedijken wordt gesproken. Ook de organisatie
van het polderbestuur werd tot in details geregeld. In de eerste
jaren woonde er achtentwintig pachters op Koezand. Ze hadden
het niet breed. Overstromingen deden al tijdens de eerste jaren
veel land verloren gaan. En ook nadien volgde een harde strijd
om het behoud van het eiland. In 1276 konden de pachters de
kosten van de dijk niet meer opbrengen. De pachtprijs werd gehalveerd.
Een zeearm die Hedensee heette, scheidde de eilanden Koezand
en Wulpen van elkaar. Nadat het eiland overstroomt raakte is
het aan het eiland Wulpen vastgedijkt. Het verdween tijdens
de Allerheiligenvloed van 1570 in de golven. |
| Koudekerke |
Verdronken
dorp in de Braakman |
| Kouwerve |
Dorp ten
oosten van Yerseke in het Verdronken Land van Reimerswaal. De
naam werve duidt op een kunstmatig opgeworpen hoogte. Die heeft
het dorp niet kunnen redden. Kouwerve ging ten onder tijdens
de stormvloeden van 1530 en 1532. |
| Kreke |
Dorp in het
Verdronken Land van Reimerswaal. Het lag ten westen van Bergen
op Zoom aan de linkeroever van de Schelde. Kreke ging ten onder
tijdens de stormvloeden van 1530 en 1532. |
| Lodijke |
Dorp met
kasteel in het Verdronken Land van Reimerswaal. Het ging, door
een bestuurlijke blunder, ten onder tijdens de stormvloeden
van 1530 en 1532. Kervinck van Reimerswaal heer van Lodijke
wilde graag een haven bij het dorp. Hij dacht dat een schurende
geul die was ontstaan bij een dijkdoorbraak hem die haven zou
geven. De geul schuurde zowel het kasteel als het dorp weg.
Ter plaatse heet het water nu het Gat van Lodijke. Duikers vonden
er enkele jaren geleden resten van het kasteel terug. |
| Looketers |
Gehucht
bij het dorp Steelvliet in het Verdron-ken Land van Reimerswaal.
Looketers ging door de vloeden van 1530 en 1532 verloren. |
Lookshaven
(ook Laoxhaven) |
Verdronken
dorp dat aan de zuidkust van Schouwen lag. Het werd tussen 1500
en 1550 buitengedijkt en verdween in de Oosterschelde. |
| Mare |
Verdronken
dorp ten noordwesten van Rilland. Het lag ongeveer op de plaats
van de huidige Stationsbuurt. Het dorp Mare dateert uit de dertiende
eeuw. Het werd rond 1280 voor het eerst genoemd. Het dorp verdronk
op zaterdag 5 november 1530. |
| Michielsdorp |
| Miehole |
Gehucht in
het Verdronken Land van Reimerswaal |
| Moerkerke |
Verdronken
dorp in de Braakman. Moerkerk was een wegdorp ten zuiden van
Biervliet, een strat met een weerszijden huizen en boerderijen.
Het dorp verdronk in 1488. |
| Moggershil |
In 1570 verdronken
nederzetting op een eilandje ten westen van Tholen. |
| Monster |
Verdwenen
dorp op het voormalige eiland Borssele. De naam Monster is afgeleid
van Monasterium: klooster. Monster verdronk tijdens de stormvloeden
van 1530 en 1532. Ongeveer op de plaats van Monster ligt nu
het dorp Borssele. |
| Namen |
Voormalig
dorp in het Verdronken Land van Saeftinghe. Namen ging in 1715
ten onder. De toren van het dorp bleef nog lange tijd staan
om te dienen als baken voor de scheepvaart. Alleen de torenklok
van het verdronken dorp overleefde uiteindelijk de ondergang.
De klok, in 1664 in Amsterdam gegoten, hangt nu in de toren
van Graauw. |
Niekerke
(ook Nieuw-Moerkerke of Nieuwerkerke) |
Verdronken
dorp in de Braakman. De kerk van Niekerke lag tussen Mauritsfort
en Sluiskil. In 1393 overspoelde een stormvloed het dorp. De
laatste melding van de naam Niekerke dateert uit 1404. |
| Nieuwkapelle |
Verdronken
dorp aan de monding van de Hinkelinge ten zuiden van Kruiningen.
Het dorp lag in de in 1327 bedijkte Middenhinkelingepolder.
Bij overstromingen in de zeventiende eeuw ging het dorp verloren. |
| Nieuwerkerk |
Verdronken
dorp in West-Zeeuws-Vlaanderen. Het lag tussen Oostburg en Groede
aan de Nieuwerkerke kreek. Het dorp bestond al in 1197. Bij
de Allerheiligenvloed in 1770 leed het dorp schade. Opzettelijk
onder water zetten tijdens de Tachtigjarige Oorlog zorgde er
voor dat Nieuwerkerke van de aardbodem werd gespoeld. |
| Nieuwerkerke |
Verdronken
dorp bij Arnemuiden. |
| Nieuwkerke |
Verdwenen
dorp in het Verdronken Land van Reimerswaal. Als parochie werd
het in 1240 vermeld. De kerk ter plaatse was een afsplitsing
van de parochie van Lodijke. Nieuwkerke ging in 1530 ten onder.
De toren bleef nog lang een baken in het overstroomde land. |
| Nieuw-Everinge |
Rond 1500
stichtten de bewoners van het verdronken Oud-Everinge, op Zuid-Beveland,
een nieuw dorp. Dat dorp liep bij de stormvloed van 1530 onder
water en moest worden ontruimd. Rond 1600 verdween het voorgoed
in de Westerschelde |
| Nieuwlande |
Dorp in het
Verdronken Land van Reimerswaal, vijfhonderd meter van de dijk
van het huidige Zuid-Beveland. Het werd in 1242 al als Terra
Nova vermeld. Nieuwlande ging ten onder tijdens de stormvloeden
van 1530 en 1532. De bewoners moeten vrome lieden geweest zijn.
Daardoor werd Nieuwland een lustoord voor schatgravers geweest.
Ze vonden er zeshonderd zogenaamde pelgrimstekens. Vaak nogal
scabreuze ornamenten met fallussymbolen. Deze bedevaartsouvenirs
werden opgekocht door de verzamelaar Van Beuningen. Ze bevinden
zich nu in het museum Boymans-Van Beuningen
Puin en fundamenten van Nieuwlande komen bij eb nog altijd boven
water. Het is verboden gebied. |
| Nummer
Zes |
Buurtschap
bij uitwateringssluis in de buurt van Hoofdplaat. Nummer Zes
verdween in 1808 in de golven van de Westerschelde. |
| Nyenvliet |
Gehucht op
Noord-Beveland. Nyenvliet lag ten noordoosten van Wissenkerke
op Noord-Beveland. Het gehucht ging onder tijdens de stormvloed
van 1530. |
| Offliet |
Verdronken
dorp op Noord-Beveland. Het dorp Offliet komt in de archieven
voor van 1395 tot 1460. Mogelijk is Offliet hetzelfde dorp als
Grutersdijc. Waar Grutersdijc gelegen heeft is niet bekend.
|
| Onze
Lief Vrouw op Zee |
Voormalig
buurtschap bij Renesse. Ging door de oprukkende zee, overstuiving
van de duinen verloren. |
| Oostende |
Verdronken
dorp ten noordoosten van Hoedekenskerke. In de vijftiende eeuw
voerde het dorp een voortdurende strijd tegen de oprukkende
Honte (Westerschelde). In de winter van 1520/1521 werd Oostende
opgegeven en buitengedijkt. |
| Oostkerke |
Verdronken
dorp op het voormalige eiland Borssele. Oostkerke behoorde tot
het bisdom Utrecht. Het dorp ging in 1530 ten onder. |
| Oostkerke |
Ongeveer
op de plek waar nu Wolphaartsdijk ligt, lag in de Middeleeuwen
een dorp dat Oostkerke heette. Het verdronk in 1334. |
| Oostmanskerke
(ook Ozemanskerke) |
Verdronken
dorp ten zuidoosten van Schoondijke in Zeeuws-Vlaanderen. De
kerk van het dorp wordt in 1150 vermeld. In 1391 is er sprake
van sloop van de kerk. |