|
Een vergadering
in 1603 in Zierikzee.
De Nassaus hielden hun onroerend goedinvesteringen in Zeeland
nauwlettend in de gaten. Het in 1602 ingepolderde eiland
Orisant was eigendom van Philips-Willem van Nassau.
Deze Philips-Willem, zoon van Willem van Nassau, de 'Vader
des Vaderlands' was een 'verspaanste' Oranje. Hij was jarenlang
gijzelaar geweest van Filips II in Madrid en een beetje
tragische figuur die, eenmaal terug in de Lage Landen, tevergeefs
erkenning zocht. De Staten van Holland en Zeeland vertrouwden
deze katholieke Oranje niet. Zijn zus Maria van Nassau en
haar man de graaf van Hohenlohe beheerden de goederen van
Philips-Willem. Van Hohenlohe zat zijn project-ontwikkelaar
en chef-inpolderaar in het Zeeuwse, Pieter van Mattemburgh
dicht op de huid. Regelmatig riep hij Van Mattemburgh bij
zich om op de hoogte te worden gebracht van de gang van
zaken op Orisant.
Op 10 maart 1602 stuurde hij vanuit Delft een koerier met
een brief naar Van Mattemburgh en naar drossaart Louwrens
Plough van Tholen. Of de heren precies een week later present
konden zijn in Zierikzee. Daar moest dijkgraaf Johan Oortsz
van Orisant, minder dan een jaar na de inpoldering, rekening
en verantwoording afleggen over de toestand van het eiland.
Of de 'lieve, getrouwe' heren maar voor de middag te Zierikzee
wilden zijn. Was getekend Philips, graaf van Hohenloo. Zie
hieronder de tekst van de uitnodiging voor een vergadering
in Zierikzee op 17 maart 1603:
Philips Grave
van Hohenlohe vrijheer tot Langenberch Baron van Liesvelt
Lieutenant grael. over Hollant, Zeelandt Westfrieslandt
Etc Sijne Gen: Authoriseert ende committeert mitsdesen Sijne
lieve getrouwe,Louwerens Plough, Drossart tot Ste Martensdijck
ende Pieter vuijt Mattemburch,, hen te vervoegen tegens
den 17 en d,eser maendt Martij, goets tijts voorden middagh
binnen Zierickzee, omme aldaer te aen hooren die Reckeninge
die Reeckeningen die bij den Dickgrave ende Gesworens van
Orisande sal worden gedaen, ende daerop te doen ende te
helpen resolveeren,soo sij ten meesten dienste ende prouffijt
aen sijne Gen: sullen vinden te behooren Actum Delfft den
10 en Martij 1603 Stilo novo Philips Ghraeff van Hohenloo
|